Staar

Net achter uw pupil bevindt zich een doorzichtige en heldere ooglens. Met het ouder worden wordt deze lens steeds minder helder en dat noemen we staar. De ernst van de staar kan erg variëren van de ene tot de andere persoon, maar zelfs ook tussen uw beide ogen. Doordat de lens minder helder is, wordt hierdoor uw zicht minder scherp en kunnen ook kleuren minder helder worden waargenomen. Op het moment dat u hiervan duidelijke hinder ondervindt, bijvoorbeeld doordat u de borden op de snelweg niet meer goed kunt lezen, kunt u overwegen een staaroperatie te ondergaan. Uiteraard dient u altijd de eventuele risico’s die bij een operatie kunnen optreden in ogenschouw te nemen. Bij deze beslissing kan een oogarts u uiteraard adviseren/bijstaan, evenals uw huisarts. Uw optometrist/opticien kan, in de meeste gevallen, afhankelijk van hun expertise/ervaring, uw ooglens beoordelen op de aanwezigheid van staar. Is er een duidelijke staar aanwezig en ondervindt u daarvan duidelijke hinder zodanig dat u een staaroperatie overweegt? Dan is het verstandig om uw huisarts te bezoeken. Deze kan u eventueel doorverwijzen naar een lokale oogarts.

‘De Oogcheck’ en staar

Tijdens ‘De Oogcheck’ worden uw ogen beoordeelt op tekenen van glaucoom, maculadegeneratie en diabetische retinopathie. ‘De Oogcheck’ is dan ook bedoelt om mensen die geen klachten hebben, te screenen op bovengenoemde aandoeningen. Door middel van ‘De Oogcheck’ maken we de zorg door oogartsen ook toegankelijk voor mensen zonder klachten. ‘De Oogcheck’ is dus niet bedoelt voor mensen met duidelijke klachten, zoals verminderd zien, veroorzaakt door bijvoorbeeld staar. Wilt u toch weten of u staar heeft dan adviseren wij u om een optometrist te bezoeken. Optometristen zijn BIG-geregistreerd en kunnen staar diagnosticeren. Staar valt dus buiten de scope van ‘De Oogcheck’. Omdat wij het wel belangrijk vinden om onze klanten goed te informeren kunt u deze folder dan ook beschouwen als een handige tool voordat u bij een oogarts terechtkomt voor een eventuele staaroperatie. Wij verschaffen u in deze folder achtergrondinformatie waardoor u beter beslagen ten ijs komt en hopelijk een betere beslissing kunt nemen. 

Advies lokale oogarts

Als er bij u sprake is van staar EN als u hierover met een oogarts verder in gesprek wil gaan om eventueel geopereerd te worden dan is het verstandig een afspraak bij een lokale oogarts te maken. Ook de oogarts zal uw ogen grondig nakijken en vervolgens met u bespreken wat de mogelijkheden en verwachtingen zijn. Zodra besloten is tot het uitvoeren van een staaroperatie zal er daarna een vragenlijst met u worden doorgenomen. Daarnaast zal er een lensmeting, ook wel ‘oculometrie’ genaamd, worden verricht. Deze meting is van belang om de sterkte van de kunstlens te kunnen bepalen. Als al deze gegevens binnen zijn dan kan de operatie in principe gepland gaan worden. Of al deze onderzoeken tijdens het 1e bezoek kunnen plaatsvinden, het zogenaamde ‘one-stop-shop principe’, hangt af van uw lokale oogarts.  

TIP: Mocht u harde contactlenzen dragen dan wordt aangeraden om deze minimaal 4 weken niet te dragen voor de lensmeting. Contactlenzen vervormen namelijk het hoornvlies wat de meting minder betrouwbaar maakt. Draagt u zachte lenzen dan is deze termijn ongeveer 2 weken. Overleg eventueel vooraf met de betreffende polikliniek over het precieze details.

Staaroperatie

1) De troebele lens wordt 'vergruist'; 2) de kunstlens wordt ingebracht; 3) situatie met kunstlens

Een staaroperatie wordt tegenwoordig vrijwel altijd uitgevoerd in dagbehandeling en duurt, als alles volgens plan verloopt, vaak een klein half uur. Dit houdt in dat u dezelfde dag nog, en meestal direct na de operatie, al naar huis mag. Het grootste deel van de staaroperaties wordt uitgevoerd onder lokale verdoving. Dit kan plaatsvinden door middel van een prik onder of langs uw oog, maar ook met oogdruppels (en soms met een combinatie van beide). Voor de optie met oogdruppels wordt steeds vaker gekozen, echter of deze methode voor u geschikt is wordt bepaald door de oogarts. Uiteraard kunt u wel uw wensen hierin aan de oogarts kenbaar maken zodat daar rekening mee gehouden kan worden.

Tijdens de operatie wordt uw eigen lens door 2 of 3 kleine openingen in kleine stukjes verwijderd. Vervolgens wordt in het lenszakje, dat voor het grootste gedeelte intact wordt gelaten, een kunstlens geïmplanteerd. Doordat de wondjes erg klein zijn is een hechting meestal niet nodig. Meestal krijgt u na afloop een kapje voor het geopereerde oog. Vooral ’s nachts zorgt het kapje er in de 1e dagen voor dat u niet per ongeluk in het oog kunt wrijven of dat er op een andere manier druk op het oog wordt uitgeoefend. Daarnaast moet u vooral de 1e 2 weken voorzichtig zijn met bukken en tillen en dient u ongeveer 3-4 weken te druppelen met speciale oogdruppels die u van uw oogarts heeft ontvangen. 

Direct na de operatie

Het zicht kan al direct na de operatie goed zijn. Echter, het kan ook zijn dat het enkele dagen duurt voordat u verbetering bemerkt. Dit hangt af van uw persoonlijke situatie en de oogarts die u heeft geopereerd kan u hierover, na de operatie, het beste infomeren. 

1 dag na de operatie

Meestal zal er op de 1e dag na de operatie een contactmoment zijn, ofwel op de polikliniek, ofwel telefonisch. 

4 weken na de operatie

Ongeveer na 4 weken is de sterkte van het geopereerde oog gestabiliseerd en volgt er een controle op de polikliniek. De sterkte wordt dan opgemeten en het oog wordt nagekeken. Eventueel kan dan ook het andere oog ingepland worden voor een operatie als dat nodig/gewenst is. Tussen de operatie van het 1e en het 2e oog dient minimaal 2 weken te zitten en er dient altijd een controle plaats te vinden voordat het 2e oog geopereerd kan worden. Als alles goed is gegaan hoeft u na deze controle in principe niet meer onder controle te blijven, tenzij u klachten heeft of als u ook andere oogheelkundige problemen heeft die gecontroleerd moeten worden door een oogarts. 

Staaroperatie en glaucoomdruppels

Als u oogdruppels gebruikt voor de behandeling van glaucoom (met als doel het verlagen van de oogdruk) dan wordt u afgeraden om daarmee na de operatie te stoppen, tenzij uw oogarts dat advies duidelijk heeft gegeven. Overleg bij twijfel altijd eerst even met uw oogarts. 

De oogsterkte na de operatie

Doordat er inmiddels veel ervaring is met staaroperaties en het implanteren van kunstlenzen, is de oogarts in staat om uw eigen oogsterkte zo veel mogelijk te reduceren. 100% garantie geven dat dit ook zal gebeuren kan de oogarts echter niet, aangezien vele factoren van invloed zijn op alle berekeningen die gemaakt worden. Daarnaast is het verstandig om er rekening mee te houden dat u in ieder geval of voor dichtbij of voor veraf een bril zal houden. 

De verschillende kunstlenzen

Een ‘standaard kunstlens’ kan maar op 1 afstand scherp stellen, dichtbij of veraf. De consequentie hiervan is dat u bij het gebruik van een standaard lens dan ook een bril zult houden, of voor dichtbij (een leesbril) of voor veraf. Er is hierop wel 1 uitzondering, namelijk bij het toepassen van ‘monovision’. Bij monovision kijkt 1 oog scherp in de verte (meestal het dominante oog) en 1 oog kijkt scherp dichtbij. Dit klinkt misschien wat raar, maar is, als mensen daaraan kunnen wennen, een vrij simpele manier om zonder bril door het leven te gaan. Monovision is met name geschikt voor mensen met bijziendheid (myopie) en valt eventueel uit te proberen met contactlenzen. Uw optometrist/contactlensspecialist kan daarbij van dienst zijn. Bevalt de monovision met contactlenzen? Dan kan daar met het kiezen van de sterkte van de implantlens rekening mee worden gehouden. Ter informatie, voor een standaard lens worden geen extra kosten in rekening gebracht, anders dan het standaard eigen risico.

Heeft u een grote wens om helemaal zonder bril door het leven te gaan, dan is, naast de mogelijkheid van monovision, wellicht een ‘multifocale lens’ wat voor u. Met deze lenzen is er een grote kans dat u geen bril meer nodig heeft, echter dit kan zeker niet in 100% van de gevallen gegarandeerd worden. Daarnaast is het kijken met een multifocale lens vaak wennen, wat best een aantal maanden kan duren, en kunt u (tijdelijk) last hebben van lichtkringen rond lampen en lichtschitteringen. Verder worden er (vaak) extra kosten in rekening gebracht voor een dergelijke lens, omdat deze niet binnen de verzekerde zorg vallen. Naast multifocale lenzen zijn er ook nog ‘torische lenzen’ die een cilinderafwijking corrigeren. Of deze lens op u van toepassing is hoort u van uw oogarts en hangt vaak af van de lensmeting. Ook voor deze lens wordt vaak een extra vergoeding gevraagd. Daarnaast houdt u vaak alsnog een leesbril tenzij u kiest voor een ‘multifocale torische lens’. De oogarts zal alle mogelijkheden ook nog met u doornemen. Het is vooral verstandig om alvast eens na te denken of dat u na de operatie liever een bril voor de verte draagt (bijvoorbeeld voor het autorijden) of een leesbril of dat u een duidelijke wens heeft om helemaal geen bril meer te dragen. Als er eenmaal een lens is geïmplanteerd is het namelijk lastig om deze te verwijderen of te verwisselen, het is dus belangrijk om hierover vooraf goed na te denken!

Mogelijke complicaties

De kans op complicaties is gelukkig klein. Een infectie of een bloeding treedt op bij ongeveer 1 tot 2 op de 1.000 operaties1. Bij 1 tot 2 op de 100 operaties zijn er moeilijkheden tijdens de operatie1. Soms merkt u daar niets van en zal het oog op de gebruikelijke manier herstellen. Soms echter, zijn de problemen groter en is eventueel een 2e operatie nodig. Verder kunnen er ook problemen optreden ondanks dat de operatie normaal is verlopen, zoals vocht in het hoornvlies en/of netvlies of een verhoogde oogdruk. Vaak zijn deze problemen goed te behandelen. Ook is de kans op een netvliesloslating verhoogd na een staaroperatie. Vooral bij klachten van flitsen, bewegende vlekjes en/of een vlek in beeld die niet beweegt, maar continue op een vaste plek zit, wordt aangeraden om op korte termijn met een oogarts te overleggen. Graag verwijs ik u ook naar onze folder over ‘Glasvochttroebelingen’ indien u hier meer over wilt weten. Tot slot kunt u ook last krijgen van nastaar. Bij nastaar wordt het lenszakje waar de kunstlens in zit, troebel. Hierbij ontstaan vaak dezelfde klachten als van de oorspronkelijke staar, namelijk minder scherp zicht en het zien van minder heldere kleuren. Nastaar komt vrij veel voor, maar is met een laserbehandeling vaak makkelijk en snel te verhelpen. 

Hoelang gaat een kunstlens mee?

Het komt maar zelden voor dat een kunstlens uiteindelijk toch verwijderd moet worden. U kunt er dan ook in principe vanuit gaan dat de lens niet hoeft te worden verwijderd of vervangen. Een goede keuze in het kiezen van de lens is hierbij erg belangrijk. Zie hiervoor eventueel ook het kopje ‘De verschillende kunstlenzen’ hierboven.

Kan een kunstlens ook afstoten?

Er worden materialen gebruikt die zorgen voor nagenoeg geen reactie in uw oog. Afstoting komt dan ook eigenlijk in het oog niet voor. Wel dient u de 1e weken na de operatie met speciale oogdruppels te druppelen die de reactie van het oog op de staaroperatie verminderen. Na ongeveer 3 tot 4 weken zijn deze druppels niet meer nodig. 

Overige informatie

Mocht u het leuk vinden om te zien hoe een staaroperatie precies verloopt dan kunt u video’s vinden op bijvoorbeeld YouTube of op www.oogartsen.nl.

Referenties

1) Deze folder is mede tot stand gekomen door het gebruik van de folder over ‘Staar’ van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) uit 2014 (www.oogheelkunde.org).

 

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben dan kunt u contact met ons opnemen via info@deoogcheck.nl.

Deze folder is onderdeel van Oogzorg Nederland B.V. Aan deze folder kunnen geen rechten worden ontleend.

Staar bij een meneer

De pupil is niet meer zwart, maar wit geworden door de staar

Spleetlamponderzoek

Met dit onderzoek wordt onderzocht of u staar heeft