De Oogcheck

Vragenlijst

De anamnese betreft een vragenlijst die bij u afgenomen wordt. Om een goede beoordeling te kunnen geven is het van belang om te weten wat iemands medische achtergrond is: worden er medicijnen gebruikt, heeft er wel eens een oogoperatie plaatsgevonden en/of komen er in de familie belangrijke oogziektes voor zoals glaucoom of macula degeneratie.

Oogsterkte & gezichtsscherpte

Bij het refractie-onderzoek wordt onder andere onderzocht hoeveel zicht (ofwel ‘visus’ of ‘gezichtsscherpte’) u heeft. In principe wordt altijd gekeken naar de maximale gezichtsscherpte. Een zicht van 1 (ook wel 100% genoemd) wordt afgegeven als normaal. Mocht u een bril of contactlenzen dragen dan wordt eigenlijk altijd gekeken naar de gezichtsscherpte met de bril op of de contactlenzen in. Mocht deze minder dan 1 zijn, dan zou de opticien nog kunnen onderzoeken of met een aanpassing van de huidige bril/lenzen de gezichtsscherpte te verbeteren valt (dit noemen we een subjectieve refractiemeting). Door middel van een auto-refractor, een apparaat wat de sterkte van uw ogen meet, is het mogelijk om te onderzoeken of de huidige sterkte afwijkt van uw huidige bril/lenzen.

Oogdruk / hoornvliesdikte

Applanatietonometrie

Oogdruk: De oogdruk wordt altijd weergegeven in mm Hg, ofwel in millimeters kwik. De oogdruk kan gemeten worden met een luchtpufje (ook wel de ‘non-contact tonometrie’ genoemd) of door middel van een plastic dopje wat het hoornvlies een klein beetje indrukt (ook wel de ‘applanatietonometrie’ genoemd). Deze laatste methode wordt vooral door oogartsen veelvuldig toegepast, het luchtpufje wordt veelal bij opticiens uitgevoerd. Naast deze 2 methodes zijn er ook nog andere methodes om de oogdruk te meten, deze worden echter weinig gebruikt in de dagelijkse praktijk.

Pachymetrie: Met behulp van dit onderzoek is het mogelijk om de dikte van het hoornvlies te bepalen. Dit is vooral van belang bij mensen met slijtage van het hoornvlies en tevens bij mensen met (risico) op glaucoom en/of bij een verhoogde oogdruk.

Netvliesfoto (fundusfoto)

Fundusfoto

Bij dit onderzoek wordt er een (kleuren)foto van uw netvlies gemaakt. Door middel van een netvliesfoto kan de oogarts onder andere beoordelen of er sprake is van een afwijking van de macula (ook wel de gele vlek genoemd). De macula is erg belangrijk om scherp te kunnen zien. Naast afwijkingen van de macula zijn ook afwijkingen aan de oogzenuw te detecteren met een netvliesfoto (bijvoorbeeld glaucoom). We willen u er op attenderen dat bij een nauwe pupil en/of bij duidelijke staar het soms niet mogelijk is om een goede/duidelijke fundusfoto te maken. 

Netvliesscan (OCT)

Normale OCT scan

Met een OCT-scan is het mogelijk om een zeer gedetailleerde opname te maken van de macula (ook wel de gele vlek genaamd, het deel van het netvlies dat zorgt voor scherp zicht), de oogzenuw en/of andere delen van het netvlies. Met een OCT-scan kunnen dus afwijkingen van de macula (zoals maculadegeneratie en een maculapucker) en van de oogzenuw (zoals glaucoom) worden geconstateerd. Afwijkende delen van het netvlies kunnen met een OCT-scan nauwkeurig in beeld worden gebracht. Het maken van een OCT-scan is niet schadelijk, omdat er geen straling aan te pas komt. We willen u er op attenderen dat bij een slechte gezichtsscherpte, bij een nauwe pupil en/of bij duidelijke staar het soms niet mogelijk is om een goede/duidelijke OCT-scan te maken. 

Gezichtsveldonderzoek

Bij een perimetrisch onderzoek wordt het gehele blikveld in kaart gebracht. Er zijn verschillende apparaten waar dat mee kan en afhankelijk van het gekozen apparaat en het gekozen onderzoek wordt een bepaald deel van het blikveld onderzocht. De belangrijkste redenen om een perimetrisch onderzoek te verrichten zijn glaucoom (en de verdenking daarop) en/of neurologische problemen/klachten. 

Hoornvliesscan

Met behulp van een cornea-topograaf wordt het hoornvlies in kaart gebracht. De belangrijkste indicatie voor een dergelijk onderzoek is de verdenking op een keratoconus. Ook bij refractiechirurgie (het laten laseren/opereren van de ogen om van een bril/lenzen af te komen) wordt vrijwel altijd een cornea-topografie gemaakt. Een cornea-topografie kan dus helpen om afwijkingen van het hoornvlies op te sporen. 

Endotheelcelfoto

Een endotheelcelfoto maakt een foto van endotheelcellen. Deze cellen vormen de binnenzijde van het hoornvlies en kunnen in de loop van het leven (versneld) afnemen. Deze afname is met behulp van een endotheelcelfoto vast te stellen.

Voorsegmentfoto

Met een voorsegmentfoto wordt er een (kleuren)foto gemaakt van de voorkant van uw ogen. Hiermee is het mogelijk om afwijkingen van de ooglens (bijvoorbeeld staar), afwijkingen van het hoornvlies (bijvoorbeeld littekens) en/of afwijkingen van het slijmvlies, de pupil en het regenboogvlies (de iris), beter zichtbaar te maken. 

Aanvullende glaucoom screening (HRT of GDx)

De HRT en GDx kunnen net als de OCT-scan het risico op glaucoom inschatten. Er wordt een foto van de oogzenuw gemaakt waar de computer vervolgens een berekening op loslaat.